Welkom op WebcamEgmond.nl

Bekijk hier alle Webcams in Egmond aan Zee

Hier ziet u de live webcambeelden vanaf Strandpaviljoens Bad Egmond, Nautilus en Zilvermeeuw.
Maar ook het Pompplein, hoofd-strandafgang De Werf en Hotel Golfzang op de Boulevard.

Als u klikt op de afbeelding gaat u direct door naar de livestream.

Webcam Vuurtoren J.C.J. van Speijk – Egmond aan Zee

 

Trots staat hij hoog op de duinen: de vuurtoren, genoemd naar J.C.J. van Speijk. De luitenant van Speijk blies zichzelf en de bemanning op in de haven van Antwerpen in 1831, zodat hij niet in de handen van de Belgen zou vallen. Al eeuwenlang is de Egmondse vuurtoren een baken voor zeelui. Nog elke nacht schijnt de Van Speijk zijn vertrouwde licht over de zee en het dorp!

Deze camera is mede tot stand gekomen door Noordwest 8 Security https://www.noordwest8security.nl en WebcamEgmond.nl 
 

Egmond aan Zee in 1615, met de Sint Agneskerk en twee vuurboeten op een hoog duin (tekening C.J. Visser). Cultuurhistorische waarden  Type object / nautische functie: Vuurtoren / verkenningslicht en sectorlicht  Leeftijd van het object: Gebouwd in 1833-1834.  Historische betekenis van het object en zijn omgeving: In Egmond aan Zee stond in de middeleeuwen de trotse vierkante toren van de Sint Agneskerk. Deze torende hoog boven dorp en duinen uit en was daardoor een baken voor de schippers. ’s Nachts werd op de kust een vuur ontstoken voor de vissers. Op een prent uit 1615 is een vierkante vuurboet te zien op de top van een duin, met daarnaast een hoge paal met een vuurkorf. In die tijd werd de Noordzeekust regelmatig geteisterd door stormen. Het duingebied bij Egmond aan Zee kalfde steeds verder af waardoor het dorp in gevaar kwam. Tijdens de kerststorm van 1717 verdween een deel van het dorp in de golven en de kustlijn was zover naar binnen gekomen dat de toren van de Agneskerk op omvallen stond. Er werd daarom een verdedigingswerk van rijshout aangelegd maar het mocht niet baten. Op 27 november 1741 stortte de westzijde van de kerktoren onder stormgeweld in. Omdat de toren zo belangrijk was voor de scheepvaart werden de resten niet afgebroken, maar twee jaar later verdwenen die alsnog in zee. Tot 1745 bleef het kerkgebouw zelf nog in gebruik, maar ook dat moest uiteindelijk worden prijsgegeven aan de golven. In 1744 werd niet ver van de plek waar de kerktoren had gestaan een zeer grote houten kaap opgericht. Deze stond op het hoogste duin, het Kaperduin genoemd. Deze kaap is in de jaren daarna regelmatig vervangen omdat hij was omgewaaid of aan het eind van zijn levensduur was. Tot in het begin van de negentiende eeuw werden in Egmond aan Zee twee steenkoolvuren gestookt op bakens in de duinen. Op 30 december 1823 werd bij koninklijk besluit bepaald dat de kustverlichting in Nederland verbeterd zou moeten worden door op een twaalftal plaatsen verkenningslichten met Fresneloptieken te realiseren, waaronder een licht van de eerste grootte te Egmond aan Zee. Door financiële problemen bij het Rijk, onder andere door het conflict met België, kwam dit plan nauwelijks tot uitvoering. Ondertussen bevonden de kolenvuren van Egmond zich in slechte staat. In 1830 werd een voorstel ingediend om beide vuurbaken te herstellen en te voorzien van olielampen maar dit is niet tot uitvoering gekomen. Inspecteur-generaal Twent van het Loodswezen rapporteerde op 2 mei 1832 dat de kolenvuren voor de wijze van varen in die tijd niet langer van nut waren en dat zijn voorganger drie jaar geleden al had geconstateerd dat het noordelijke kolenvuur door het afkalvende duin zou ‘omtuimelen’. Op 27 september 1832 vond Twent uitstel van Beschrijving en waardering van nautische objecten in Nederland De vuurtoren van Egmond aan Zee Van Speykmonument door Peter Kouwenhoven / Nederlandse Vuurtoren Vereniging (www.vuurtorens.org), februari 2018 Egmond aan Zee kort na de kerststorm van 1717. De Sint Agneskerk staat gevaarlijk dicht bij de kustlijn. Links twee stenen vuurboeten. Egmond aan Zee in 1718, met kustverdedigingswerken. Ontwerptekening van de kaap van 1816. de verbetering van de kustverlichting bij Egmond niet langer verantwoord en stelde de koning voor om in plaats van een te duur draailicht van de eerste grootte twee eenvoudige torens met een vast licht van de derde grootte op te richten. Er waren twee lichten nodig om onderscheid te maken met de kustlichten van Den Helder en Scheveningen. Dit voorstel werd goedgekeurd. In de jaren 1833 en 1834 werden twee stenen vuurtorens gebouwd met een vergelijkbaar uiterlijk. De Zuidertoren was kleiner dan de Noordertoren omdat hij op een hoog duin stond, het Torenduin genoemd. Het ontwerp van beide torens staat formeel op naam van Jacob Valk, Inspecteur der Maritieme Gebouwen bij het Loodswezen, maar zijn neef Leendert Valk, die in die tijd tekenaar was bij het Loodswezen, heeft echter grote invloed gehad op het ontwerp. Op 1 oktober 1832 is de bouwopdracht gegund aan de aannemer Jan Gerrit Pallada te Vreeswijk. De eerste steen voor de Zuidertoren werd gelegd op 8 mei 1833, door de vierjarige Teunis Planteydt, zoon van reder Cornelis Planteydt en Dieuwertje Kuiper. De bouw van de Noordertoren startte later. Leendert Valk was opziener bij de bouw van de Noordertoren. J.B. Helleman, vicecommandeur der Huistimmerlieden aan ’s Rijks Etablissement te Willemsoord, was opziener bij de bouw van de Zuidertoren. De beide vaste Fresneloptieken van de derde grootte zijn geleverd door de firma Maritz & Zoon uit Den Haag. Op 30 september 1834 werden beide witte lichten voor het eerst ontstoken. Als brandstof voor de olielampen werd raapolie gebruikt. Op de begane grond van de torens stonden naast de trap vier oliereservoirs op ijzeren roosters. Aan de binnenkant van de torens is zo weinig mogelijk hout gebruikt om vernieling bij een eventuele brand te voorkomen. Op 30 april 1838 werd bij Koninklijk besluit bekend gemaakt dat de Noordertoren van Egmond aan Zee verbouwd zou worden tot monument ter nagedachtenis van luitenantter-zee Carel Josephus van Speyk, die op 5 februari 1831 zijn kanonneerboot op de Schelde opblies om het schip uit handen van de opstandige Belgen te houden. Hier ging een jarenlange discussie aan vooraf, waarbij ook een optie is overwogen om de nog te bouwen kustlichttoren op West-Schouwen de status van Van Speykmonument toe te kennen. De Haarlemse architect J.D. Zocher maakte in 1837 het ontwerp voor de verbouwing van de Noordertoren van Egmond aan Zee. Aan de voet van de vuurtoren werd een bakstenen graftombe voorzien, bekleed met natuurstenen platen en een aantal gedenkstenen. De oorspronkelijke rechthoekige ramen van de toren werden verwijderd. Aan de zeezijde werden deze vervangen door ronde ramen met het uiterlijk van patrijspoorten. Aan de landkant kwam een aantal ornamenten en de naam J.C.J. van Speyk. Ook de omloop en het lichthuis werden enigszins verfraaid. Op 18 juni 1838 vond in Amsterdam de openbare aanbesteding plaats voor de uitvoering van het ontwerp. Acht aannemers, waaronder Jan Gerrit Pallada te Vreeswijk, dienden een voorstel in maar ze waren allemaal te duur. Op 23 juni 1838 werd de aannemers verzocht hun prijzen te herzien. Drie aannemers en een nieuwe aannemer, K. Bos te Sliedrecht, dienden nieuwe voorstellen in. Bos kreeg op 13 juli 1838 de opdracht. Door problemen met de levering van materialen en enkele afgekeurde onderdelen trad vertraging op in de bouw. Hij kreeg uitstel tot uiterlijk 1 augustus 1840. De gietijzeren leeuw op de graftombe is niet door Zocher ontworpen. Het was L. Royer, van het Koninklijk Nederlandsch Instituut die de opdracht kreeg om een model van gips te maken. Gieterij C. Verveer te Amsterdam heeft de leeuw gegoten en geplaatst. Nadat de vuurtoren was verbouwd is het versleten houten hekwerk rond de toren vervangen door een nieuwe afrastering die beter paste bij de statuur van een monument. Tevens werd een gedeelte van het duin afgegraven en is het resterende duin vastgelegd met grind en graszoden. Op 21 augustus 1841 werd het monument officieel ingewijd door koning Willem II, die in 1840 de troon van zijn vader had overgenomen. Aan weerszijden van de ingang van de graftombe werden grote gedenkstenen aangebracht. De steen aan de linkerzijde van de ingang refereert foutief aan de inwijding van het monument door koning Willem I in 1840. Toen de steen geplaatst werd had men niet voorzien dat het afronden van alle werkzaamheden zou vertragen en dat het monument pas door de opvolger van de koning zou worden ingewijd. De steen aan de rechterzijde van de ingang verwijst in bombastische bewoordingen naar de heldendaad van Van Speyk op 5 februari 1831. Aan de noord- en zuidzijde van de graftombe zijn kleinere gedenkstenen aangebracht, met dezelfde teksten als die ter weerszijde van de voordeur, maar dan in het Latijn. De Zuidertoren van Egmond aan Zee. De Noordertoren van Egmond aan Zee. Schetsontwerp voor het Van Speykmonument van Zocher uit 1836. Tekening van de graftombe uit 1843. Architectuurhistorische waarden  Bijzonder belang van het object voor het oeuvre van architect of bouwmeester: Jacob Valk (1755-1846), geboren in Delfshaven, werd bij Koninklijk Besluit van 11 juni 1816 benoemd tot inspecteur der maritieme gebouwen bij het Loodswezen in Amsterdam. Daarvoor werkte hij als oppermagazijnmeester van scheepsbouw bij de Rijkswerf te Rotterdam. Onder leiding van Jacob Valk werd in 1817-1818 de kerktoren van Westkapelle omgebouwd tot vuurtoren. Ook aan de ontwerpen van de stenen kustlichttoren op het Fort Kijkduin (Huisduinen, 1820-1821), de vuurtoren van Hellevoetsluis (1822) en de vuurtoren van Marken (1839) is zijn naam verbonden. In 1833 was Valk ook verantwoordelijk voor de bouw van een lichtwachtersverblijf en een nieuwe lantaarn op de kerktoren van Goedereede. Vanaf 1932 werkte zijn neef Leendert Valk, onder zijn supervisie, als tekenaar bij het Loodswezen. Het ontwerp van beide torens te Egmond was de eerste grote opdracht waar Leendert aan meewerkte. Op 31 december 1842, op een leeftijd van 87 jaar, kreeg Jacob Valk eervol ontslag. Vanaf dat moment was Leendert verantwoordelijk voor alle bouwkundige ontwerpen en revisies. Jan David Zocher (1791-1870), geboren in Haarlem, was architect, stedenbouwkundige en landschapsarchitect. Hij ontwierp diverse neoclassicistische gebouwen en veel parken, waaronder het Vondelpark in Amsterdam in 1864. Dit park ontwierp hij samen met zijn zoon Louis Paul. Zijn vader, broer en zoon waren alle drie tuinarchitect. Zijn beroemdste gebouw was de Beurs van Zocher in Amsterdam. Dit gebouw, dat veel weg had van een Griekse tempel, werd op 10 september 1845 geopend door koning Willem II. In 1903 werd het afgebroken omdat het te klein was. Iets verderop werd in dat jaar een nieuwe beurs gebouwd, ontworpen door Berlage. Zocher was lid van de Vierde Klasse van het Koninklijk Nederlandsch Instituut van Wetenschappen, Letterkunde en Schoone Kunsten te Amsterdam, dat belast was met de beoordeling van alles dat met kunst te maken had. Het ontwerp van het Van Speykmonument is zijn enige bijdrage geweest aan de vormgeving van de Nederlandse vuurtorens.  Bijzonder belang in verband met materiaalgebruik en bouwtechniek: De vuurtoren van Egmond aan Zee is een van de acht nog bestaande ronde bakstenen vuurtorens in ons land. Deze zijn alle gebouwd in de periode 1822-1863. Deze toren heeft een aantal bijzondere kenmerken. Uiteraard is dat in de eerste plaats de monumentale tombe aan de voet van de toren. Daarnaast is ook het betonnen uitkijklokaal onder het lichthuis uniek. Dit is in 1967 aangebracht, naar een ontwerp van de chef van de Bouwkundige Dienst van het Loodswezen, F. de Ruyter. Het idee hiervoor is overigens afkomstig van de toenmalige vuurtorenwachter Jaap de Jong.  Aanwezigheid originele optiek en lichtbron: In 1876 kwam het Noordzeekanaal gereed en in 1878 werden bij IJmuiden twee gietijzeren vuurtorens gebouwd om de scheepvaart door het kanaal te geleiden. Deze lichtenlijn werd op 19 februari 1879 voor het eerst ontstoken. Dit leverde verwarring op voor de scheepvaart, want net als Egmond had IJmuiden nu twee roodbruine voortorens met witte vaste lichten. Om deze verwarring op te heffen kregen de torens van IJmuiden witte banden en werden de optieken van Egmond voorzien van rood glas. Op 15 maart 1879 werden de aangepaste rode lichten van Egmond voor het eerst ontstoken. De nieuwe olielampen werden vanaf die tijd met petroleum gevoed. Omdat de scheepvaart naar Amsterdam voortaan via het Noordzeekanaal liep werd de scheepvaartroute langs Egmond veel minder belangrijk. In feite was de Zuidertoren toen al overbodig. Toch duurde het nog tot 1 juli 1892 voordat het licht van deze toren werd gedoofd. In de jaren 1922-1923 is de Van Speyktoren ingrijpend verbouwd en gerestaureerd. Met het oog op elektrificatie van het licht werden het lichthuis en de kuip geheel vervangen. Het nieuwe lichthuis kreeg een glazen koepel ten behoeve van de luchtvaart. De omloop met zijn sierlijke balusters is vervangen door een betonnen omloop. In het lichthuis werd behalve de oorspronkelijke vaste scheepvaartoptiek ook een luchtvaartoptiek geplaatst. Deze is maar kort functioneel geweest en in 1940 verwijderd. De scheepvaartoptiek kreeg een gloeilamp van 3.000 watt. Als datum van elektrificatie De vuurtoren omstreeks 1900, met schermen. De vuurtoren vlak voor de verbouwing van 1922-1923. De vuurtoren in 1923 met luchtvaartkoepel en een nieuwe betonnen omloop. wordt 15 augustus 1923 vermeld. Het karakter van het licht was vanaf dat moment GO(2)W15sec, ofwel een (groeponderbroken) wit licht met elke 15 seconden 2 verduisteringen. In 1924 werd een rode sector aangebracht die dekking gaf over de Pettemer Polder. Deze sector is er nu nog steeds. In 1936 is het lichtkarakter gewijzigd in IsoWR10sec: elke 10 seconden 5 seconden duister. Dit is ook het huidige karakter, dat sinds 1981 wordt geproduceerd door een halogeenlamp van 1.000 watt.  Aanwezigheid van authentieke elementen van het oorspronkelijke interieur en exterieur en (on)roerende zaken: De oorspronkelijke toren van 1834 is in de jaren 1838-1841 verbouwd tot Van Speykmonument. Hiervan is nog veel herkenbaar bij de huidige toren, zoals de graftombe met daarop de leeuw, de gedenkstenen aan de zijkant van de tombe, de patrijspoorten en de naam J.C.J. van Speyk en versieringen aan de voorkant van de toren. De bovenkant van de toren is in de loop van de tijd behoorlijk veranderd. Van 1893 tot 1915 waren er ijzeren schermen bevestigd aan de zijkant van de toren, die de toren bij daglicht beter zichtbaar moesten maken. De in 1920-1923 aangebrachte betonnen omloop is in 1967 uitgebouwd tot kustwachtlokaal. Het lichthuis van 1923 is er nu nog, inclusief de windwijzer met de zeemeermin op de koepel. De glazen van de koepel zijn in 1967 vervangen door koperen platen. In 1984 is boven de ingang van de graftombe een gedenksteen geplaatst ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de vuurtoren. Bij de verbouwing van 1920-1923 zijn binnenin de toren alle houten betimmeringen, binnenmuren en houten-, ijzeren- en stenen vloeren afgebroken. Er werden nieuwe betonvloeren aangebracht en ijzeren trappen geplaatst. Het interieur van het kustwachtlokaal is in de loop van de tijd enigszins aangepast. Ensemblewaarden  Aanwezigheid lichtwachterswoningen en andere objecten waarmee het object een eenheid vormt: De eerste opzichter van de vuurtorens van Egmond aan Zee, marineofficier Pieter Hell, kocht Herberghe de Vergulde Wagen om als woonhuis dienst te doen. Deze herberg werd gebouwd nadat de vorige samen met een gedeelte van de toren van de Sint Agneskerk tijdens de storm van 1743 door de zee was verzwolgen. Het pand werd later officieel de ambtswoning voor het hoofd van de Kustwacht en de Loodsdienst en de oude paardenstal diende als boeienloods. Dit huis aan de Voorstraat 97 is tot 1990 wachterswoning gebleven. Heden ten dage is het warenhuis Mix er in gevestigd. In 1890 liet de Marine een dubbele dienstwoning voor lichtwachters bouwen in de Marinestraat (nummers 19 en 21) en daarachter lagen nog twee dienstwoningen. De lichtwachters hebben er tot de jaren zestig gewoond. De woningen aan de Marinestraat 19 en 21 zijn er nog, de andere woningen niet meer. De vuurtoren is tot 1990 bemand geweest. Nadat de Zuidertoren op 1 juli 1892 werd gedoofd heeft hij nog een aantal jaren doelloos in de duinen gestaan en takelde danig af. In 1915 is hij verkocht voor afbraak. Van de Zuidertoren is niets meer terug te vinden, zelfs het fundament is verdwenen. De enige tastbare herinnering bevindt zich in het huis Achterom nr. 14: een restant van de gedenksteen uit 1833.  Bijzondere betekenis van het object voor het aanzien van de streek, stad of dorp: De op een hoog duin gebouwde vuurtoren steekt ver uit boven de bebouwing in de directe omgeving en is daardoor een beeldbepalend element van de boulevard van Egmond aan Zee. Vanaf het strand is de vuurtoren van veraf zichtbaar. Om de vuurtoren heen is nog een stuk van het oorspronkelijke duingebied overgebleven, te midden van een verstedelijkte omgeving. Dit bepaalt mede het bijzondere karakter van deze vuurtorenlocatie. Het in 1967 gebouwde kustwachtlokaal. De huidige optiek met een lampenwisselaar met halogeenlampen. Toekomstwaarde  Monumentenstatus: Rijksmonument sinds 1967, nr. 14590  Eigenaar en beheerder: Rijkswaterstaat is eigenaar en verantwoordelijk voor het onderhoud van de toren.  Huidig belang voor de scheepvaart: De vuurtoren functioneert nog steeds als verkenningslicht en sectorlicht.  Alternatief gebruik van het object en toegankelijkheid: De vuurtoren is niet meer officieel bemand. Vrijwilligers van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) stellen de vuurtoren in de maanden juli en augustus op vrijdag en daarnaast op bijzondere dagen open voor publiek. Ze geven ook rondleidingen op verzoek. De KNRM gebruikt de toren ook bij reddingsacties en oefeningen. Rijkswaterstaat kan met de op de toren geplaatste camera’s zandbewegingen voor de kust in de gaten houden.  Binding met de lokale bevolking: De Egmonders (‘Derpers’) houden intens van hun toren, die het aanzien van het dorp bepaalt. In vele huizen van Egmonders hangt een afbeelding van de toren aan de muur. Het is misschien wel het meest gefotografeerde en geschilderde bouwwerk uit de wijde omgeving. Het 175-jarig bestaan van de vuurtoren in 2009 werd uitgebreid gevierd. Ter gelegenheid van dit jubileum hebben lokale partijen, gefinancierd met sponsorgeld, een installatie aangebracht om de vuurtoren van onderen aan de buitenkant te verlichten. In 2016 was deze installatie aan onderhoud toe en wederom hebben diverse lokale instanties, waaronder de dorpsbelangenvereniging, zich ingespannen om het benodigde geld bijeen te brengen.  Onderhoudstoestand: De onderhoudstoestand is matig. Verschillende delen van de toren hebben dringend onderhoud nodig. Het meest in het oog springend zijn de roestige patrijspoorten, de afbladderende raamkozijnen van de uitkijkpost en de haveloze ijzeren omlopen van de lantaarn en de koepel.  Bedreigingen: Geen. Het in 2004 aan de voet van het vuurtorenduin geplaatste beeld van roeireddingsboot nr. 5, ter herinnering aan de vele reddingsacties die vanuit Egmond zijn uitgevoerd.